maandag 29 december 2014

Reactie van Trudy Dehue



Per e-mail ontving ik gisteren de volgende reactie van Trudy Dehue op mijn blogpost van gisteren:

Geweldig dat Ruud Abma een blog schreef over mijn column want, zoals hij zelf ook zegt, het gaat om urgente kwesties. Ik reageer op de twee kanttekeningen in de blog. Democratie is uitermate moeilijk en nooit volmaakt, maar dat neemt niet weg dat zij blijvend moet worden nagestreefd. Een heel simpel voorbeeld van democratische wetenschap stond ongeveer een jaar geleden op de voorpagina van de NRC. De krant berichtte over het percentage Nederlandse kinderen dat in armoede leeft. Daarbij werd echter geen vast percentage gegeven alsof dat kan worden gedicteerd door de realiteit, maar gaf de krant er definities van armoede bij van bijvoorbeeld de VN, het SCP en het CBS. Elke definitie leidt tot een ander percentage. Zo kunnen mensen zich een menig vormen over een uitgevoerd onderzoek en eventueel met voorstellen voor betere definities komen. 

Wat de tweede kanttekening betreft, mijn oprechte dank voor de aardige woorden over mijn boeken, maar deze zijn juist niet aan academische vrijheid te danken. Volgens de wetten van de academische vrijheid had ik artikelen moeten blijven schrijven voor Amerikaanse tijdschriften, die alleen directe vakgenoten lezen. Dergelijke tijdschriften moeten bestaan, want net zoals bakkers en loodgieters, moeten ook wetenschappers met elkaar in overleg om hun vak verder te ontwikkelen. Maar, anders dan bakkers en loodgieters, laten wetenschappers het daar vaak bij in naam van de academische vrijheid. Ze vinden het niet nodig om anderen te delen in hun inzichten, want ze doen vaak net alsof ze slechts woordvoerders zijn van de realiteit, zodat ze alleen maar voorlichten in plaats van hun achterliggende keuzen te laten zien. Dat ik (en trouwens ook Abma zelf) in het Nederlands ging schrijven en het recht nam om boeken te schrijven zodat de complexiteit van kwesties aan bod kan komen, vergde geen academische vrijheid maar academische ongehoorzaamheid.
 
Die zelfde ongehoorzaamheid (met academische afkeuring) was bovendien nodig om het land in te kunnen trekken om mijn inzichten voor te leggen aan welke groepen ook maar bereid waren me aan te horen. Dat waren er gelukkig veel en van heel uiteenlopende aard, variĆ«rend van apothekers tot verzekeringsgeneeskundigen, praktizerend psychiaters en kunstenaars. Van hen leer ik minstens zo veel als van mijn universitaire ‘peers’.  Zij wijzen op de relevantie van extra onderwerpen, corrigeren me met hun inzichten en dwingen me tot verdergaande zorgvuldigheid. Net zoals de bakker de expert blijft in diens vak, blijf de wetenschappers dat in het hare met de bijbehorende verantwoordelijkheid. Maar net zoals men de bakker naar zijn ingrediĆ«nten mag vragen, om ander brood mag vragen of zelf brood mag bakken, zo zou dat mijns inziens moeten mogen bij de wetenschapsbeoefenaar.

Trudy 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen